Het Coronavirus verspreidt zich in Nederland. Alle maatregelen die de overheid neemt zijn gericht op het voorkomen van verdere verspreiding van het virus. De NRR volgt de adviezen van het RIVM met betrekking tot bijeenkomsten en evenementen. De NRR is wel van mening dat zorgmedewerkers, ouderen en mensen met een verminderde weerstand niet onnodig risico moeten lopen op besmetting met het virus. Voor het reanimatieonderwijs betekent dit het volgende.

De NRR adviseert reanimatie cursussen te verzetten dan wel te annuleren waar deze niet direct noodzakelijk zijn. Dit advies geldt in het bijzonder voor:

  • cursussen waarbij ouderen en personen met een verminderde weerstand de cursus bijwonen;
  • cursussen die georganiseerd worden op een locatie waar zich ouderen en/of mensen met een verminderde weerstand bevinden.

Gaat de reanimatiecursus door, dan is het belangrijk om de standaardmaatregelen op te volgen die gelden voor alle virussen die griep en verkoudheid kunnen geven:

  • Was je handen regelmatig
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog
  • Gebruik papieren zakdoekjes
  • Geen handen schudden.

Vraag daarnaast om cursisten en instructeurs die last hebben van neusverkoudheid, hoesten, keelpijn of koorts om niet naar de cursus te komen. Ongeacht of zij in gebieden zijn geweest waar het coronavirus heerst. Dit geldt altijd en niet specifiek voor het coronavirus.

Voor actuele informatie zie de website van het RIVM

Oefenen in het geven van beademingen

Het nieuwe coronavirus wordt overgedragen door hoesten en niezen. Het besmettingsgevaar ligt veel meer in het met meerdere personen aanwezig zijn bij een cursus dan bij het specifiek overdragen via indirect contact door het om de beurt oefenen met mond op pop beademing waarbij dezelfde gevaren en risico’s gelden in feite ook in een regulier griep seizoen.

De oefenpop dient wel na iedere gebruiker adequaat en volgens voorschrift van de leverancier te worden gereinigd. Ook handhygiëne en standaard maatregelen zoals hierboven beschreven zijn tijdens het oefenen belangrijk. Bij reanimatiepoppen waarbij kandidaten met elkaars ademhalingslucht in aanraking kunnen komen, is de mogelijkheid van besmetting niet helemaal uit te sluiten.

In het geval er wordt gedesinfecteerd met alcohol is de werkwijze als volgt: De alcohol 70% dient met een hydrofiel gaas te worden aangebracht, waarna een voldoende droogtijd in acht wordt genomen. De droogtijd is een belangrijke factor in het effect van de desinfectie. Het gebruik van alcohol tissues wordt afgeraden omdat alcohol snel verdampt en dus uit het gaasje verdwijnt en de desinfectie onvoldoende kan zijn.

Certificering

De huidige situatie zal voor veel cursisten verontrustend zijn. Instructeurs wordt dan ook gevraagd om cursisten die niet willen beademen dit niet op te dringen. Cursisten kan wel een alternatief geboden worden zoals het beademen met behulp van een pocketmask. De pop dient nog wel steeds volgens voorschrift te worden gereinigd. In het geval de instructeur niet kan beoordelen of de cursist vaardig is in het geven van beademingen, dient ook geen NRR/ERC certificaat afgegeven te worden. Beademen is en blijft immers een essentieel onderdeel van de behandeling van een patiënt met een circulatiestilstand.

Punt 6b uit de NRR richtlijn basale reanimatie van volwassenen beschrijft de wijze van handelen bij een daadwerkelijke reanimatie en is niet van toepassing in een onderwijs setting. Dit punt kan dus niet gebruikt worden om iemand te certificeren waarvan u niet heeft kunnen beoordelen of de cursist vaardig is in het geven van beademingen.

Daadwerkelijke reanimatie

Beademen is een essentieel onderdeel van de reanimatie. Niet beademen verkleint de kans op een goede uitkomst. Zorgverleners in een beroepsmatige setting (ziekenhuispersoneel, ambulancehulpverleners, enz.) maken voor het beademen over het algemeen al gebruik van hulpmiddelen die voldoende bescherming bieden tegen besmetting. Voor burgerhulpverleners en omstanders is dat niet altijd het geval. Indien de burgerhulpverleners of omstanders getraind zijn in het beademen met een hulpmiddel zoals een pocketmask is dit een goed alternatief. Is de hulpverlener niet getraind of is een hulpmiddel niet voorhanden dan is gewone mond op mond beademing voor het slachtoffer de beste zorg. Daarbij kan de hulpverlener altijd de afweging maken alleen borstcompressies te geven als hij niet kan of wil beademen.