Kies afbeelding..

Het verhaal van Erik van den Brandt

gereanimeerd 06/09/2008

6 september 2008, een koele zaterdag, waarop mijn jeugdvoetbalteam haar eerste wedstrijd van het seizoen zal spelen. Het is de B-jeugd, jongens van 15 en 16 jaar, stoere individuen in ontwikkeling tussen jongen en man.

Om ongeveer 10 over 1, de wedstrijd is dan slechts enkele minuten bezig, mag onze tegenstander een corner nemen. Deze wordt door onze verdediging weggewerkt en ik loop enkele meters langs de zijlijn naar voren.

Dan heb ik ineens geen gevoel meer in mijn benen, alsof ze slapen. Ik sla er met beide handen op, maar het gevoel blijft. Ik realiseer dat er iets ergs aan de hand is met mij. De vlag die ik als grensrechter in mijn hand heb gooi ik weg, maak met mijn handen een toeter voor mijn mond, schreeuw met alles wat erin mij zit naar de scheidsrechter. Ik sla mijn handen voor mijn borst, ga op mijn linkerknie zitten. Er klinkt een duidelijke klik in mijn hoofd; het beeld gaat op zwart.

Erik van den Brandt, © Hans Sweegers Fotografie

“Het is dinsdagmorgen half 4. Goedemorgen meneer Van den Brandt.” Dat is het eerste wat ik hoor als ik ontwaak. Ik hoor allerlei piepjes om mij heen, en heb meteen in de gaten dat ik hier niet op een voetbalveld ben.

In de loop van die ochtend blijf ik voor langere periodes wakker, en op zeker moment zie ik een blocnootje en een potlood liggen. Ik wijs hiernaartoe, en de verpleegkundige schuift deze naar mij toe, nadat zij eerst mijn handen losmaakt. Deze waren vastgemaakt aan de zijspijlen van het bed, omdat ik in de ontwakingsfase doende was geweest om te proberen slangetjes die bij en in mij waren los te trekken.

Op het blocnootje schreef ik, in kinderlijke letters weliswaar, “wat doe ik hier?” Hieruit bleek dat ik de reanimatie, die volgde nadat bij mij het beeld op zwart ging, goed doorstaan had. De vraag die ik immers stelde was heel concreet, ik wilde weten wat ik in het ziekenhuis deed, en waarom ik daar met allerlei apparatuur in bed lag.

De reanimatie, hoe ging dat op die zaterdag?

Spelers en toeschouwers zien dat een grensrechter opeens zijn vlag weggooit en nog iets probeert te roepen, dat niet te verstaan is. Hij gaat op zijn linkerknie zitten en valt daarna op zijn linkerschouder en blijft op de grond liggen.

Mensen snellen toe, hij wordt op zijn rug gelegd, er komt schuim uit zijn mond, en hij maakt een raar snurkend geluid. Zijn collega grensrechter is dan het veld overgerend en roept dat de man gereanimeerd moet worden.

Iemand belt gelijk het alarmnummer, en er worden 2 ambulances naar de plek des onheils gestuurd. De grensrechter start met de borstcompressie en een andere man neemt de beademing op zich. Na ruim 20 minuten meldt de eerste ambulance zich en ongeveer 1 minuut later arriveert nummer 2. Gedurende deze hele periode is er door dezelfde mensen gereanimeerd. 1 man continu borstcompressie, de andere de beademing.

De ambulancebroeders beginnen met toedienen medicatie, plaatsen een tube in de mond en sluiten de defibrillator aan op het lichaam van de man en nemen de reanimatie over. Bij de 6e schok verandert de groene streep op de monitor in een ongelijk, maar wel een hartritme.

De ambulance rijdt met spoed naar VieCuri in Venlo. Zijn gealarmeerde vrouw gaat met hem mee naar het Catharina in Eindhoven. Daar wordt hij gedotterd, maar zijn kransslagaders zijn helemaal schoon.

Terug in Venlo wordt zijn lichaam gekoeld. Er breken spannende dagen aan voor zijn naasten en hen die hem liefhebben. Uiteindelijk zal hij wakker worden ruim 60 uur nadat hij, zomaar uit het niets, getroffen wordt door een hartstilstand. Door snel en adequaat handelen van omstanders wordt hij wakker en kan die ene zo belangrijke vraag op papier stelen: “wat doe ik hier?”