Kies afbeelding..

Coronavirus (COVID-19) en reanimatie

Het coronavirus brengt veel vragen met zich mee op het gebied van reanimatie en reanimatieonderwijs. Wij hebben alle informatie en veelgestelde vragen voor u bij elkaar gezet.

Protocol reanimatieonderwijs

Protocol reanimatieonderwijs covid-19

Protocol ‘Veilig trainen voor BHV-, EHBO-, reanimatie- en veiligheidscursussen tijdens de COVID-19 pandemie’

Adviezen reanimatiebeleid

Veelgestelde vragen

Gelden de aangepaste richtlijnen ook voor bedrijfshulpverleners?

De NRR heeft een advies opgesteld voor alle reanimaties die plaats vinden buiten het ziekenhuis. Dus ook voor reanimaties waarbij bedrijfshulpverleners zijn betrokken.

De NRR geeft verder geen advies ten aanzien van de inzet van bedrijfshulpverleners bij andere letsels en ongevallen. Voor vragen hier omtrent kunt u terecht bij onder meer het NiBHV ( https://www.nibhv.nl/nieuws/corona-virus-updates/)

Waarom is het advies om ook niet te beademen met een pocketmask of face-shield?

Tijdens de COVID-19 pandemie is het advies om geen mond-op-mond of mond-op-masker beademing te geven aan slachtoffers van een circulatiestilstand. Het risico op besmetting van de hulpverlener als het slachtoffer besmet is met coronavirus wordt tijdens deze handeling geschat op 100%.  Pocketmasks, face-shields en soortgelijke middelen bieden daarbij niet de noodzakelijke bescherming om overdracht van het coronavirus te voorkomen.

Kan ik slachtoffers van een circulatiestilstand tijdens de COVID-19 pandemie beademen met een beademingsballon?

Tijdens de COVID-19 pandemie is het advies om geen mond-op-mond of mond-op-masker beademing te geven aan slachtoffers van een circulatiestilstand. Het risico op besmetting van de hulpverlener als het slachtoffer besmet is met coronavirus wordt tijdens deze handeling geschat op 100%.

Gebruik van een beademingsballon lijkt een voor de hand liggend alternatief. Deze handeling vraagt echter veel oefening en training en heeft bij onjuiste uitvoering veel risico’s voor het slachtoffer. Tenslotte is bij verkeerde uitvoering de kans op besmetting van de hulpverleners ook groot als gevolg van luchtlekkage langs het masker. Daarom wordt deze techniek alleen geadviseerd bij reanimaties in het ziekenhuis en alleen als de zorgprofessionals goed getraind zijn en de 4 handen techniek gebruiken.

Waarom mag ik geen borstcompressies geven aan het slachtoffer met COVID-19 of een verdenking daarvan?

Bij slachtoffer MET een bewezen of veronderstelde COVID-19 besmetting is het advies aan omstanders en hulpverleners om geen borstcompressies te geven. Tijdens het geven van borstcompressies komen kleine druppeltjes (aerosolen) van het slachtoffer vrij waarin zich de virusdeeltjes bevinden. Het geven van borstcompressies vergroot dus de kans van besmetting van de hulpverleners. 

First responders (bijvoorbeeld politie en brandweer) die de geadviseerde persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) dragen kunnen een besmet slachtoffer wel borstcompressies geven als zich in de ruimte GEEN hulpverleners bevinden die geen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen.

Waarom is de richtlijn voor kinderen en pasgeborene niet aangepast?

Er is op dit moment nog veel onduidelijk over in hoeverre kinderen besmettelijk zijn. Daarnaast is de oorzaak van een circulatiestilstand bij kinderen vaak anders dan bij volwassenen. Deze andere oorzaak maakt dat beademen nog meer dan bij volwassenen een essentiële handeling is tijdens de reanimatie. In al deze afwegingen is er voor gekozen de richtlijn voor de reanimatie van kinderen en pasgeborene vooralsnog niet aan te passen.

De richtlijn voor reanimatie van kinderen geldt TOT de puberteit. Een puber dient gereanimeerd te worden volgens de aangepaste richtlijn reanimatie van een volwassenen. Het is aan de hulpverlener om een inschatting te maken of het slachtoffer een puber is of een kind. Dat verschil is niet in een specifieke leeftijd uit te drukken.

Is de meldersinstructie vanuit de meldkamer ambulancezorg ook aangepast?

De NRR heeft zijn beleid afgestemd met Ambulancezorg Nederland. Alle meldkamers ambulancezorg zouden dus op de hoogte moeten zijn van het aangepaste beleid voor omstanders, burgerhulpverleners en first responders. De meldersinstructie op de meldkamer is dan ook waarschijnlijk aangepast. Voor meldersinstructie vanuit de meldkamer ambulancezorg geldt:

  1. Er wordt geen instructie meer gegeven om te beademen tenzij het om een kind (tot de puberteit) gaat.
  2. Indien bekend is dat het slachtoffer verondersteld of bewezen COVID-19 besmet is: wordt alleen nog instructie gegeven om een AED te gebruiken. Er wordt GEEN instructie meer gegeven om te starten met ononderbroken thoraxcompressies.
  3. Indien de omstanders wel volledige BLS willen toepassen, dan wordt de meldersinstructie gegeven zoals in normale omstandigheden gegeven zou worden. Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn indien het een gezinslid betreft, of indien zowel slachtoffers als melder besmet zijn.
Waarom roept HartslagNu niet meer iedereen op voor een reanimatie?

Het coronavirus kan worden overgebracht via de luchtwegen. Dit betekent dat we voorzichtig moeten omgaan met reanimaties. Het risico van overdracht bij een coronavirus besmette reanimatiepatiënt (en) bij luchtweghandelingen zoals mond-op-mond beademing is groot (bijna 100%). Echter, de kans op complicaties bij de ziekte COVID-19 is voor jongere burgerhulpverleners aanzienlijk kleiner dan bij oudere hulpverleners. Boven de 50 jaar laat het ziektebeeld een grilliger verloop zien.

Daarom heeft HartslagNu samen met de wetenschappelijke raad van de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR), het RIVM, de Nederlandse Vereniging van Medische Managers Ambulancezorg en Ambulancezorg Nederland een advies uitgebracht waarin enkele voorzorgsmaatregelen worden benoemd bij reanimaties.

Meer informatie is te vinden op de website van HartslagNu: https://hartslagnu.nl/nieuws/maatregelen-tegen-verspreiding-coronavirus/

Geldt het advies voor reanimatie buiten het ziekenhuis ook voor verpleegtehuizen, revalidatiecentra en gelijksoortige centra?

De NRR heeft een advies opgesteld voor alle reanimaties die plaats vinden buiten het ziekenhuis. De principes uit het advies blijven ook voor verpleegtehuizen, revalidatiecentra en gelijksoortige centra overeind afhankelijk van de middelen waar het desbetreffende centra over beschikt. Dit betekent:

  • Raak het hoofd van het slachtoffer nooit aan. Beoordeel de ademhaling door alleen te kijken.
  • In geen geval mond-op-mond/masker beademing. Ook niet met een pocketmask of een faceshield.
  • GEEN thoraxcompressies bij slachtoffers met veronderstelde of bewezen COVID-19 besmetting als medewerkers niet beschikken over de geadviseerde persoonlijke beschermingsmiddelen. Sluit in dat geval alleen de AED aan.
  • Indien de expertise aanwezig is en medewerkers de geadviseerde persoonlijke beschermingsmiddelen dragen, dan kan worden overwogen worden te beademen met masker-ballon beademen in afwachting van het ambulanceteam. Daarbij dient dan de 4 handen methoden te worden toegepast. Een alternatief is een goed afsluitend zuurstofmasker met een hoge flow zuurstof aanbrengen zonder te beademen. In beide gevallen dienen geen medewerkers in de ruimte aanwezig te zijn die geen persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Wanneer beiden niet voor handen zijn, alleen ononderbroken thoraxcompressies geven.
Is de handelswijze bij verslikking aangepast tijdens de COVID-19 pandemie?

Op dit moment is de richtlijn hoe te handelen bij verslikking niet aangepast.

De AED geeft aan te starten met beademingen, wat moet ik doen?

Tijdens de COVID-19 pandemie is het advies om tijdens de reanimatie geen mond-op-mond of mond-op-maker beademing te geven. AED’s zijn hier echter niet op ingesteld. Deze zullen dus het advies geven te starten met borstcompressies en beademingen. De instructie om beademingen te geven moet u tijdens deze pandemie negeren. Hetzelfde geldt voor de instructie omtrent borstcompressies, in het geval uw slachtoffer een bewezen of veronderstelde COVID-19 besmetting heeft.

Wanneer is bij een slachtoffer sprake van een veronderstelde COVID-19 besmetting?

Wanneer iemand getest is op het coronavirus, is duidelijk of deze besmet is of niet. Maar dit testen is in veel gevallen niet gebeurd. Er kan dan alleen sprake zijn van een veronderstelde COVID-19 besmetting. Bij de hulpverlening mag er vanuit worden gegaan dat iemand besmet is met het coronavirus als:

  • het slachtoffer last had van neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, lichte hoest en/of verhoging (vanaf 38 graden).
  • een huisgenoot van het slachtoffer bewezen COVID-19 besmet is of genoemde klachten heeft.  

Heeft u andere vragen over maatregelen, bescherming tegen en verspreiding van het coronavirus (COVID-19)?

Kijkt u dan op de website van het RIVM